- Hey.
- Hey. Ben je er klaar voor?
- Bijna.
- Mooi.
- Waar ben jij dan?
- Rij net de Schoolstraat in.
- Oh, dan ben je er bijna.
- Ja, paar minuutjes.
- Dan moet ik nog opschieten.
-
-
- Wat was dat?
- Wat?
- Dat geluid!
- Dat was m’n deo.
- Serieus? Leek wel een gaslek!
- Jij kunt ook overdrijven, zeg!
- Ik schrok me rot! M’n telefoon is aangesloten op de boxjes. Weet je hoe hard dat klonk?
- Hehe! Nee, geen idee!
- Nou, zo hard dat ik dacht dat alle vier m’n banden leeg liepen.
- Ha, ja vast!
-
-
- Wat duren die stoplichten lang…
- Ja, schiet eens op!
- Zeg, daar kan ik toch niets… Ah! Groen!
-
-
-
- Rij nu je straat in.
- Ik zie je nog niet.
- Nee, kom vanaf de andere kant.
- Hè? Hoezo?
- Stond een vrachtwagen voor.
- Oh, oké.
- Plekje voor de deur!
- Pff, bofkont. Dat geluk heb ik nooit.
-
-
-
- Dank u wel!
- Wat? Waarvoor?
- Nee, niet jij! De mevrouw die de deur voor mij openhield.
- Oh, je bent al binnen!
- Ja en ik druk nú op het knopje voor de lift.
- Ik woon op de tweede! Neem de trap, luilak!
- Wat? Nee! Kom ik helemaal hijgend en bezweet aan!
- Van die paar trappen?
- Ja.
- Niet.
- Echt wel.
- Overdrijven…
- Is ook een vak. Ja, ja. Ik weet het! Men, wat duurt dat lang!
- Wat?
- Die lift! Sta hier al tien minuten!
-
-
-
- Schijt… Ik neem de trap!
- Weet je het zeker? Heb je een zuurstoftank bij je?
- Ja, lach maar!
- En je wandelschoenen?
- Zeg, hé, hou is op!
- Zal ik vast een ambulance bellen?
- Ik kan nog omkeren, hè?
- Helemaal niet.
- Pff.
-
-
- Ben je er al bijna?
- Ja, nog twee treden.
- Knap hoor!
- Ja, een hele overwinning. Nummer 28. Nummer 26. Nummer 24.
- Oh, wacht even. Er belt iemand aan.
- Dan zou ik maar eens open doen.
-
-
- Hey.
- Hey…
Dit verhaal(?) vond ik terug op m'n computer. Ik had gedroomd dat ik dit verhaal schreef, dus de volgende ochtend had ik niet veel keus...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.